Woordenlijst
Leer werkwoorden – Engels (UK)
check
He checks who lives there.
controleren
Hij controleert wie daar woont.
work for
He worked hard for his good grades.
werken voor
Hij heeft hard gewerkt voor zijn goede cijfers.
burn
The meat must not burn on the grill.
branden
Het vlees mag niet branden op de grill.
hope
Many hope for a better future in Europe.
hopen
Velen hopen op een betere toekomst in Europa.
forgive
She can never forgive him for that!
vergeven
Ze kan het hem nooit vergeven!
correct
The teacher corrects the students’ essays.
corrigeren
De leraar corrigeert de essays van de studenten.
promote
We need to promote alternatives to car traffic.
bevorderen
We moeten alternatieven voor autoverkeer bevorderen.
call
The girl is calling her friend.
bellen
Het meisje belt haar vriendin.
increase
The population has increased significantly.
toenemen
De bevolking is sterk toegenomen.
offer
She offered to water the flowers.
aanbieden
Ze bood aan de bloemen water te geven.
confirm
She could confirm the good news to her husband.
bevestigen
Ze kon het goede nieuws aan haar man bevestigen.