Woordenlijst
Leer bijwoorden – Noors
inn
De hopper inn i vannet.
in
Ze springen in het water.
for eksempel
Hvordan liker du denne fargen, for eksempel?
bijvoorbeeld
Hoe vind je deze kleur, bijvoorbeeld?
nesten
Det er nesten midnatt.
bijna
Het is bijna middernacht.
bort
Han bærer byttet bort.
weg
Hij draagt de prooi weg.
om morgenen
Jeg må stå opp tidlig om morgenen.
‘s morgens
Ik moet vroeg opstaan ‘s morgens.
også
Venninnen hennes er også full.
ook
Haar vriendin is ook dronken.
igjen
Han skriver alt igjen.
opnieuw
Hij schrijft alles opnieuw.
ned
Hun hopper ned i vannet.
naar beneden
Ze springt naar beneden in het water.
ut
Det syke barnet får ikke gå ut.
buiten
Het zieke kind mag niet naar buiten.
ned
Han faller ned ovenfra.
naar beneden
Hij valt van boven naar beneden.
snart
En forretningsbygning vil snart bli åpnet her.
binnenkort
Hier wordt binnenkort een commercieel gebouw geopend.