Woordenlijst

Leer werkwoorden – Noors

cms/verbs-webp/85968175.webp
skade
To biler ble skadet i ulykken.
beschadigen
Twee auto’s raakten beschadigd bij het ongeluk.
cms/verbs-webp/61245658.webp
hoppe ut
Fisken hopper ut av vannet.
uitspringen
De vis springt uit het water.
cms/verbs-webp/57481685.webp
gjenta et år
Studenten har gjentatt et år.
overdoen
De student heeft een jaar overgedaan.
cms/verbs-webp/99392849.webp
fjerne
Hvordan kan man fjerne en rødvinflekk?
verwijderen
Hoe kan men een rode wijnvlek verwijderen?
cms/verbs-webp/116932657.webp
motta
Han mottar en god pensjon i alderdommen.
ontvangen
Hij ontvangt een goed pensioen op oudere leeftijd.
cms/verbs-webp/47241989.webp
slå opp
Det du ikke vet, må du slå opp.
opzoeken
Wat je niet weet, moet je opzoeken.
cms/verbs-webp/123619164.webp
svømme
Hun svømmer regelmessig.
zwemmen
Ze zwemt regelmatig.
cms/verbs-webp/57574620.webp
levere
Vår datter leverer aviser i feriene.
bezorgen
Onze dochter bezorgt kranten tijdens de vakantie.
cms/verbs-webp/55788145.webp
dekke
Barnet dekker ørene sine.
bedekken
Het kind bedekt zijn oren.
cms/verbs-webp/122470941.webp
sende
Jeg sendte deg en melding.
sturen
Ik heb je een bericht gestuurd.
cms/verbs-webp/1422019.webp
gjenta
Papegøyen min kan gjenta navnet mitt.
herhalen
Mijn papegaai kan mijn naam herhalen.
cms/verbs-webp/80060417.webp
kjøre bort
Hun kjører bort i bilen sin.
wegrijden
Ze rijdt weg in haar auto.