Woordenlijst

Leer werkwoorden – Noors

cms/verbs-webp/91147324.webp
belønne
Han ble belønnet med en medalje.
belonen
Hij werd beloond met een medaille.
cms/verbs-webp/121928809.webp
styrke
Gymnastikk styrker musklene.
versterken
Gymnastiek versterkt de spieren.
cms/verbs-webp/115172580.webp
bevise
Han vil bevise en matematisk formel.
bewijzen
Hij wil een wiskundige formule bewijzen.
cms/verbs-webp/117953809.webp
tåle
Hun kan ikke tåle sangen.
verdragen
Ze kan het zingen niet verdragen.
cms/verbs-webp/120200094.webp
blande
Du kan blande en sunn salat med grønnsaker.
mengen
Je kunt een gezonde salade met groenten mengen.
cms/verbs-webp/85968175.webp
skade
To biler ble skadet i ulykken.
beschadigen
Twee auto’s raakten beschadigd bij het ongeluk.
cms/verbs-webp/116835795.webp
ankomme
Mange mennesker ankommer med bobil på ferie.
aankomen
Veel mensen komen op vakantie met een camper aan.
cms/verbs-webp/59121211.webp
ringe på
Hvem ringte på dørklokken?
bellen
Wie heeft er aan de deurbel gebeld?
cms/verbs-webp/84506870.webp
bli full
Han blir full nesten hver kveld.
worden dronken
Hij wordt bijna elke avond dronken.
cms/verbs-webp/91997551.webp
forstå
Man kan ikke forstå alt om datamaskiner.
begrijpen
Men kan niet alles over computers begrijpen.
cms/verbs-webp/102631405.webp
glemme
Hun vil ikke glemme fortiden.
vergeten
Ze wil het verleden niet vergeten.
cms/verbs-webp/124575915.webp
forbedre
Hun vil forbedre figuren sin.
verbeteren
Ze wil haar figuur verbeteren.