Woordenlijst
Pools – Werkwoorden oefenen
toebehoren
Mijn vrouw behoort mij toe.
vragen
Mijn kleinkind vraagt veel van mij.
schoppen
In vechtsporten moet je goed kunnen schoppen.
veroorzaken
Suiker veroorzaakt veel ziekten.
bezoeken
Ze bezoekt Parijs.
doorzoeken
De inbreker doorzoekt het huis.
bekritiseren
De baas bekritiseert de werknemer.
sluiten
Ze sluit de gordijnen.
benadrukken
Je kunt je ogen goed benadrukken met make-up.
verheugen
Kinderen verheugen zich altijd op sneeuw.
arriveren
De taxi’s zijn bij de halte gearriveerd.