Woordenlijst
Pools – Werkwoorden oefenen
benadrukken
Je kunt je ogen goed benadrukken met make-up.
aan de beurt komen
Even wachten, je komt zo aan de beurt!
genoeg zijn
Een salade is voor mij genoeg voor de lunch.
kletsen
Hij kletst vaak met zijn buurman.
overtreffen
Walvissen overtreffen alle dieren in gewicht.
serveren
De ober serveert het eten.
zorgen voor
Onze zoon zorgt heel goed voor zijn nieuwe auto.
doen
Dat had je een uur geleden moeten doen!
moeten
Hij moet hier uitstappen.
leiden
Hij leidt graag een team.
weigeren
Het kind weigert zijn eten.