Woordenlijst
Noors – Werkwoorden oefenen
voorbijgaan
De middeleeuwse periode is voorbijgegaan.
besparen
Je bespaart geld als je de kamertemperatuur verlaagt.
vertrouwen
We vertrouwen elkaar allemaal.
ontvangen
Ze ontving een heel mooi cadeau.
naar buiten rennen
Ze rent met de nieuwe schoenen naar buiten.
dragen
Ze dragen hun kinderen op hun rug.
wonen
Ze wonen in een gedeeld appartement.
kijken
Iedereen kijkt naar hun telefoons.
verwijzen
De leraar verwijst naar het voorbeeld op het bord.
doden
Pas op, je kunt iemand doden met die bijl!
out-of-the-box denken
Om succesvol te zijn, moet je soms out-of-the-box denken.