Woordenlijst
Bengaals – Werkwoorden oefenen
hangen
IJsspegels hangen van het dak.
meedenken
Je moet meedenken bij kaartspellen.
vernieuwen
De schilder wil de muurkleur vernieuwen.
recht hebben op
Ouderen hebben recht op een pensioen.
weten
De kinderen zijn erg nieuwsgierig en weten al veel.
versturen
Ze wil de brief nu versturen.
snijden
Voor de salade moet je de komkommer snijden.
schrijven naar
Hij schreef me vorige week.
afscheid nemen
De vrouw neemt afscheid.
controleren
Hij controleert wie daar woont.
schoonmaken
De werker maakt het raam schoon.