Woordenlijst
Thai – Werkwoorden oefenen
onderdak vinden
We vonden onderdak in een goedkoop hotel.
missen
Hij miste de kans op een doelpunt.
onderzoeken
Bloedmonsters worden in dit lab onderzocht.
uitzetten
Ze zet de elektriciteit uit.
aanrijden
Een fietser werd aangereden door een auto.
dragen
De ezel draagt een zware last.
vertellen
Ze vertelt haar een geheim.
achterna rennen
De moeder rent achter haar zoon aan.
proeven
De chef-kok proeft de soep.
veroorzaken
Alcohol kan hoofdpijn veroorzaken.
zitten
Er zitten veel mensen in de kamer.