Woordenlijst
Tsjechisch – Werkwoorden oefenen
tegenover liggen
Daar is het kasteel - het ligt er recht tegenover!
vernieuwen
De schilder wil de muurkleur vernieuwen.
doen voor
Ze willen iets voor hun gezondheid doen.
verkiezen
Veel kinderen verkiezen snoep boven gezonde dingen.
overrijden
Helaas worden er nog veel dieren overreden door auto’s.
opzij zetten
Ik wil elke maand wat geld opzij zetten voor later.
verhogen
Het bedrijf heeft zijn omzet verhoogd.
helpen
Iedereen helpt de tent opzetten.
verhuizen
De buurman verhuist.
mengen
Je kunt een gezonde salade met groenten mengen.
toelopen
Het meisje loopt naar haar moeder toe.