Woordenlijst
Roemeens – Werkwoorden oefenen
verlaten
Toeristen verlaten het strand rond de middag.
een toespraak houden
De politicus houdt een toespraak voor veel studenten.
vergeten
Ze is nu zijn naam vergeten.
openen
Kun je dit blikje voor me openen?
uitleggen
Opa legt de wereld uit aan zijn kleinzoon.
accepteren
Creditcards worden hier geaccepteerd.
inrichten
Mijn dochter wil haar appartement inrichten.
ontdekken
De zeelieden hebben een nieuw land ontdekt.
verheugen
Kinderen verheugen zich altijd op sneeuw.
leren kennen
Vreemde honden willen elkaar leren kennen.
terugnemen
Het apparaat is defect; de winkelier moet het terugnemen.