Woordenlijst
Lets – Werkwoorden oefenen
veranderen
Veel is veranderd door klimaatverandering.
sorteren
Ik heb nog veel papieren te sorteren.
op maat snijden
De stof wordt op maat gesneden.
moeten gaan
Ik heb dringend vakantie nodig; ik moet gaan!
begrijpen
Men kan niet alles over computers begrijpen.
nemen
Ze moet veel medicatie nemen.
herinneren
De computer herinnert me aan mijn afspraken.
noemen
Hoeveel landen kun je noemen?
leiden
Hij leidt het meisje bij de hand.
inrichten
Mijn dochter wil haar appartement inrichten.
aankomen
Hij kwam net op tijd aan.