Woordenlijst
Frans – Werkwoorden oefenen
achterlaten
Ze hebben hun kind per ongeluk op het station achtergelaten.
trainen
De hond wordt door haar getraind.
sturen
Dit bedrijf stuurt goederen over de hele wereld.
voorstellen
Hij stelt zijn nieuwe vriendin voor aan zijn ouders.
binnenlaten
Men moet nooit vreemden binnenlaten.
schilderen
Ik wil mijn appartement schilderen.
produceren
Men kan goedkoper produceren met robots.
mengen
De schilder mengt de kleuren.
repareren
Hij wilde de kabel repareren.
durven
Ik durf niet in het water te springen.
belonen
Hij werd beloond met een medaille.