Woordenlijst
Frans – Werkwoorden oefenen
moeilijk vinden
Beiden vinden het moeilijk om afscheid te nemen.
kijken
Ze kijkt door een gat.
bezorgen
Hij bezorgt pizza’s aan huis.
uitslapen
Ze willen eindelijk eens een nacht uitslapen.
investeren
Waar moeten we ons geld in investeren?
verdragen
Ze kan de pijn nauwelijks verdragen!
eisen
Hij eiste compensatie van de persoon waarmee hij een ongeluk had.
moeten
Men zou veel water moeten drinken.
doorkomen
Het water was te hoog; de truck kon er niet doorheen.
aansteken
Hij stak een lucifer aan.
openen
Het kind opent zijn cadeau.