Woordenlijst
Ests – Werkwoorden oefenen
verrassen
Ze verraste haar ouders met een cadeau.
schilderen
De auto wordt blauw geschilderd.
bewegen
Het is gezond om veel te bewegen.
becommentariëren
Hij becommentarieert elke dag de politiek.
elkaar aankijken
Ze keken elkaar lang aan.
vrienden worden
De twee zijn vrienden geworden.
beperken
Moet handel worden beperkt?
verdragen
Ze kan de pijn nauwelijks verdragen!
uitleggen
Ze legt hem uit hoe het apparaat werkt.
belasten
Bedrijven worden op verschillende manieren belast.
luisteren
Hij luistert naar haar.