Woordenlijst
Ests – Werkwoorden oefenen
bewust zijn van
Het kind is zich bewust van de ruzie van zijn ouders.
naar buiten rennen
Ze rent met de nieuwe schoenen naar buiten.
beschermen
Een helm moet tegen ongelukken beschermen.
verbranden
Je moet geen geld verbranden.
uitzetten
Ze zet de wekker uit.
voelen
Hij voelt zich vaak alleen.
beslissen
Ze kan niet beslissen welke schoenen ze moet dragen.
terugrijden
De moeder rijdt met de dochter terug naar huis.
teruggeven
De leraar geeft de essays terug aan de studenten.
liegen
Soms moet men liegen in een noodsituatie.
verwijderen
De graafmachine verwijdert de grond.