Woordenlijst
Spaans – Werkwoorden oefenen
verhuren
Hij verhuurt zijn huis.
onderzoeken
Bloedmonsters worden in dit lab onderzocht.
bouwen
Wanneer werd de Chinese Muur gebouwd?
schoonmaken
Ze maakt de keuken schoon.
zich bevinden
Er bevindt zich een parel in de schelp.
vertrekken
Het schip vertrekt uit de haven.
lezen
Ik kan niet zonder bril lezen.
vertegenwoordigen
Advocaten vertegenwoordigen hun cliënten in de rechtbank.
uitsluiten
De groep sluit hem uit.
afhangen van
Hij is blind en is afhankelijk van hulp van buitenaf.
stappen op
Ik kan met deze voet niet op de grond stappen.