Woordenlijst
Bosnisch – Werkwoorden oefenen
missen
De man heeft zijn trein gemist.
uitknijpen
Ze knijpt de citroen uit.
uit elkaar halen
Onze zoon haalt alles uit elkaar!
controleren
De tandarts controleert het gebit van de patiënt.
versturen
Ze wil de brief nu versturen.
rondrijden
De auto’s rijden in een cirkel rond.
spreken
Hij spreekt tot zijn publiek.
verwijzen
De leraar verwijst naar het voorbeeld op het bord.
kennen
Ze kent veel boeken bijna uit haar hoofd.
creëren
Wie heeft de aarde gecreëerd?
verwachten
Mijn zus verwacht een kind.