Woordenlijst
Deens – Werkwoorden oefenen
dansen
Ze dansen verliefd een tango.
willen
Hij wil te veel!
hangen
Ze hangen beide aan een tak.
opschrijven
Je moet het wachtwoord opschrijven!
drijven
De cowboys drijven het vee met paarden.
accepteren
Ik kan dat niet veranderen, ik moet het accepteren.
luisteren
Hij luistert naar haar.
brengen
De koerier brengt een pakketje.
gebeuren
Hier is een ongeluk gebeurd.
sorteren
Hij sorteert graag zijn postzegels.
vermijden
Ze vermijdt haar collega.