Woordenlijst
Hebreeuws – Werkwoorden oefenen
stemmen
Men stemt voor of tegen een kandidaat.
afhangen van
Hij is blind en is afhankelijk van hulp van buitenaf.
houden van
Ze houdt echt veel van haar paard.
verdwalen
Het is gemakkelijk om in het bos te verdwalen.
spelen
Het kind speelt liever alleen.
vervangen
De automonteur vervangt de banden.
vertrekken
Onze vakantiegasten vertrokken gisteren.
bidden
Hij bidt in stilte.
overnachten
We overnachten in de auto.
hangen
IJsspegels hangen van het dak.
spellen
De kinderen leren spellen.