Woordenlijst
Litouws – Werkwoorden oefenen
weggeven
Ze geeft haar hart weg.
beginnen met rennen
De atleet staat op het punt om te beginnen met rennen.
annuleren
Het contract is geannuleerd.
dansen
Ze dansen verliefd een tango.
verdwalen
Ik ben onderweg verdwaald.
becommentariëren
Hij becommentarieert elke dag de politiek.
vormen
We vormen samen een goed team.
bouwen
Wanneer werd de Chinese Muur gebouwd?
rondkomen
Ze moet rondkomen met weinig geld.
verwijderen
De graafmachine verwijdert de grond.
rennen
De atleet rent.