Woordenlijst
Koreaans – Werkwoorden oefenen
drukken
Boeken en kranten worden gedrukt.
besmet raken
Ze raakte besmet met een virus.
thuiskomen
Papa is eindelijk thuisgekomen!
nemen
Ze moet veel medicatie nemen.
begrijpen
Ik begreep eindelijk de taak!
verloven
Ze hebben stiekem verloofd!
dichterbij komen
De slakken komen dichter bij elkaar.
een fout maken
Denk goed na zodat je geen fout maakt!
voelen
Hij voelt zich vaak alleen.
knippen
De kapper knipt haar haar.
gebeuren
Er is iets ergs gebeurd.