Woordenlijst
Portugees (PT) – Werkwoorden oefenen
veroorzaken
Te veel mensen veroorzaken snel chaos.
ontslaan
Mijn baas heeft me ontslagen.
uit elkaar halen
Onze zoon haalt alles uit elkaar!
annuleren
De vlucht is geannuleerd.
beginnen
De soldaten beginnen.
bekritiseren
De baas bekritiseert de werknemer.
leiden
Hij leidt graag een team.
verwachten
Mijn zus verwacht een kind.
stoppen
Hij stopte met zijn baan.
begrijpen
Men kan niet alles over computers begrijpen.
voorbijgaan
De twee lopen elkaar voorbij.