Woordenlijst
Catalaans – Werkwoorden oefenen
zwemmen
Ze zwemt regelmatig.
versturen
Ze wil de brief nu versturen.
knuffelen
Hij knuffelt zijn oude vader.
rinkelen
Hoor je de bel rinkelen?
instellen
Je moet de klok instellen.
terugkomen
De boemerang kwam terug.
leiden
Hij leidt graag een team.
open laten
Wie de ramen open laat, nodigt inbrekers uit!
antwoorden
De student beantwoordt de vraag.
uitzoeken
Ze zoekt een nieuwe zonnebril uit.
controleren
De tandarts controleert de tanden.