Woordenlijst
Russisch – Werkwoorden oefenen
leiden
Hij leidt het meisje bij de hand.
trouwen
Het stel is net getrouwd.
besparen
Je bespaart geld als je de kamertemperatuur verlaagt.
bewijzen
Hij wil een wiskundige formule bewijzen.
kwaadspreken
De klasgenoten spreken kwaad over haar.
slapen
De baby slaapt.
garanderen
Verzekering garandeert bescherming bij ongevallen.
mengen
De schilder mengt de kleuren.
samenbrengen
De taalcursus brengt studenten van over de hele wereld samen.
overdoen
De student heeft een jaar overgedaan.
binnenlaten
Buiten sneeuwde het en we lieten ze binnen.