Woordenlijst
Pools – Werkwoorden oefenen
accepteren
Sommige mensen willen de waarheid niet accepteren.
thuiskomen
Papa is eindelijk thuisgekomen!
opschrijven
Ze wil haar zakelijk idee opschrijven.
zwemmen
Ze zwemt regelmatig.
gebeuren
Vreemde dingen gebeuren in dromen.
weigeren
Het kind weigert zijn eten.
bewandelen
Dit pad mag niet bewandeld worden.
opletten
Men moet opletten voor de verkeerstekens.
stoppen
De agente stopt de auto.
protesteren
Mensen protesteren tegen onrecht.
aanraken
De boer raakt zijn planten aan.