Woordenlijst
Deens – Werkwoorden oefenen
bedanken
Ik bedank je er heel erg voor!
weglopen
Onze kat is weggelopen.
een toespraak houden
De politicus houdt een toespraak voor veel studenten.
vertrekken
Onze vakantiegasten vertrokken gisteren.
trouwen
Minderjarigen mogen niet trouwen.
tentoonstellen
Hier wordt moderne kunst tentoongesteld.
rondrijden
De auto’s rijden in een cirkel rond.
vormen
We vormen samen een goed team.
deelnemen
Hij neemt deel aan de race.
bespreken
De collega’s bespreken het probleem.
hangen
IJsspegels hangen van het dak.