Woordenlijst
Catalaans – Werkwoorden oefenen
optrekken
De helikopter trekt de twee mannen omhoog.
parkeren
De fietsen staan voor het huis geparkeerd.
dragen
De ezel draagt een zware last.
schilderen
Hij schildert de muur wit.
ondertekenen
Hij ondertekende het contract.
doden
Pas op, je kunt iemand doden met die bijl!
sprakeloos maken
De verrassing maakt haar sprakeloos.
begrijpen
Men kan niet alles over computers begrijpen.
ontslaan
Mijn baas heeft me ontslagen.
verwijderen
De vakman heeft de oude tegels verwijderd.
voorbijgaan
De trein gaat aan ons voorbij.