Woordenlijst
Pools – Werkwoorden oefenen
uitspreiden
Hij spreidt zijn armen wijd uit.
kletsen
Ze kletsen met elkaar.
sturen
De goederen worden in een pakket naar mij gestuurd.
geïnteresseerd zijn
Ons kind is erg geïnteresseerd in muziek.
verrijken
Specerijen verrijken ons eten.
uit elkaar halen
Onze zoon haalt alles uit elkaar!
schreeuwen
Als je gehoord wilt worden, moet je je boodschap luid schreeuwen.
plaatsvinden
De begrafenis vond eergisteren plaats.
voorbijgaan
De twee lopen elkaar voorbij.
de weg terugvinden
Ik kan de weg terug niet vinden.
bouwen
Wanneer werd de Chinese Muur gebouwd?