Woordenlijst
Grieks – Werkwoorden oefenen
vernieuwen
De schilder wil de muurkleur vernieuwen.
deelnemen
Hij neemt deel aan de race.
achterlaten
Ze hebben hun kind per ongeluk op het station achtergelaten.
verdragen
Ze kan het zingen niet verdragen.
denken
Je moet veel denken bij schaken.
afhangen van
Hij is blind en is afhankelijk van hulp van buitenaf.
hangen
De hangmat hangt aan het plafond.
afwassen
Ik hou niet van afwassen.
zijn
Je moet niet verdrietig zijn!
opkomen voor
De twee vrienden willen altijd voor elkaar opkomen.
bellen
Wie heeft er aan de deurbel gebeld?