Woordenlijst
Tamil – Werkwoorden oefenen
meerijden
Mag ik met je meerijden?
toelopen
Het meisje loopt naar haar moeder toe.
geven
De vader wil zijn zoon wat extra geld geven.
duwen
Ze duwen de man het water in.
publiceren
De uitgever heeft veel boeken gepubliceerd.
moeten
Hij moet hier uitstappen.
knuffelen
Hij knuffelt zijn oude vader.
repareren
Hij wilde de kabel repareren.
naar buiten willen
Het kind wil naar buiten.
schilderen
Ik heb een mooi schilderij voor je geschilderd!
trainen
Professionele atleten moeten elke dag trainen.