Woordenlijst
Marathi – Werkwoorden oefenen
aanbieden
Ze bood aan de bloemen water te geven.
verdragen
Ze kan de pijn nauwelijks verdragen!
liggen
De kinderen liggen samen in het gras.
verkennen
De astronauten willen de ruimte verkennen.
elkaar aankijken
Ze keken elkaar lang aan.
durven
Ze durfden uit het vliegtuig te springen.
bewust zijn van
Het kind is zich bewust van de ruzie van zijn ouders.
toevoegen
Ze voegt wat melk toe aan de koffie.
sorteren
Ik heb nog veel papieren te sorteren.
draaien
Je mag naar links draaien.
luisteren
Ze luistert en hoort een geluid.