Woordenlijst
Engels (US) – Werkwoorden oefenen
versturen
Ze wil de brief nu versturen.
overrijden
Helaas worden er nog veel dieren overreden door auto’s.
slaan
Ze slaat de bal over het net.
mengen
Je kunt een gezonde salade met groenten mengen.
overlaten
De eigenaren laten hun honden aan mij over voor een wandeling.
stemmen
Men stemt voor of tegen een kandidaat.
laten staan
Vandaag moeten velen hun auto’s laten staan.
worden dronken
Hij wordt bijna elke avond dronken.
denken
Ze moet altijd aan hem denken.
staan
De bergbeklimmer staat op de top.
verheugen
Kinderen verheugen zich altijd op sneeuw.