Woordenlijst
Turks – Werkwoorden oefenen
openen
Het kind opent zijn cadeau.
verbonden zijn
Alle landen op aarde zijn met elkaar verbonden.
sturen
De goederen worden in een pakket naar mij gestuurd.
onaangeroerd laten
De natuur werd onaangeroerd gelaten.
wegjagen
De ene zwaan jaagt de andere weg.
bedekken
Ze heeft het brood met kaas bedekt.
voor laten
Niemand wil hem voor laten gaan bij de kassa van de supermarkt.
stoppen
Hij stopte met zijn baan.
samenwonen
De twee zijn van plan om binnenkort samen te gaan wonen.
samenwerken
We werken samen als een team.
uitkomen
Wat komt er uit het ei?