Woordenlijst
Urdu – Werkwoorden oefenen
achterlaten
Ze liet een stuk pizza voor me achter.
rinkelen
De bel rinkelt elke dag.
duwen
Ze duwen de man het water in.
beïnvloeden
Laat je niet door anderen beïnvloeden!
binnenlaten
Buiten sneeuwde het en we lieten ze binnen.
trekken
Hij trekt de slee.
dichterbij komen
De slakken komen dichter bij elkaar.
bevelen
Hij beveelt zijn hond.
verkiezen
Veel kinderen verkiezen snoep boven gezonde dingen.
verhogen
Het bedrijf heeft zijn omzet verhoogd.
optrekken
De helikopter trekt de twee mannen omhoog.