Woordenlijst
Bosnisch – Werkwoorden oefenen
luisteren
Hij luistert graag naar de buik van zijn zwangere vrouw.
aanraken
Hij raakte haar teder aan.
uitgeven
Ze heeft al haar geld uitgegeven.
bekijken
Op vakantie heb ik veel bezienswaardigheden bekeken.
wachten
We moeten nog een maand wachten.
gebruiken
Ze gebruikt dagelijks cosmetische producten.
kopen
Ze willen een huis kopen.
weigeren
Het kind weigert zijn eten.
liegen
Soms moet men liegen in een noodsituatie.
opkomen voor
De twee vrienden willen altijd voor elkaar opkomen.
inrichten
Mijn dochter wil haar appartement inrichten.