Woordenlijst
Arabisch – Werkwoorden oefenen
schoppen
In vechtsporten moet je goed kunnen schoppen.
houden
Je mag het geld houden.
bereiden
Ze bereidde hem groot plezier.
spreken
Men moet niet te luid spreken in de bioscoop.
doorlaten
Moeten vluchtelingen aan de grenzen worden doorgelaten?
controleren
De tandarts controleert het gebit van de patiënt.
naar huis gaan
Hij gaat na het werk naar huis.
redden
De dokters konden zijn leven redden.
vergeven
Ik vergeef hem zijn schulden.
mengen
De schilder mengt de kleuren.
liegen
Hij liegt vaak als hij iets wil verkopen.