Woordenlijst
Portugees (PT) – Werkwoorden oefenen
creëren
Hij heeft een model voor het huis gecreëerd.
opkomen voor
De twee vrienden willen altijd voor elkaar opkomen.
terugkomen
De boemerang kwam terug.
hangen
Ze hangen beide aan een tak.
achterliggen
De tijd van haar jeugd ligt ver achter haar.
beschermen
Kinderen moeten beschermd worden.
vergeten
Ze wil het verleden niet vergeten.
missen
De man heeft zijn trein gemist.
nodig hebben
Je hebt een krik nodig om een band te verwisselen.
verdragen
Ze kan de pijn nauwelijks verdragen!
wegjagen
De ene zwaan jaagt de andere weg.