Woordenlijst
Pools – Werkwoorden oefenen
afwassen
Ik hou niet van afwassen.
kletsen
Studenten mogen niet kletsen tijdens de les.
schrijven
Hij schrijft een brief.
voorbijgaan
De trein gaat aan ons voorbij.
denken
Wie denk je dat sterker is?
eisen
Hij eist compensatie.
wegjagen
De ene zwaan jaagt de andere weg.
uitgaan
Ze stapt uit de auto.
uitspreken
Ze wil zich uitspreken tegen haar vriend.
houden van
Ze houdt heel veel van haar kat.
bevestigen
Ze kon het goede nieuws aan haar man bevestigen.