Woordenlijst
Pools – Werkwoorden oefenen
beïnvloeden
Laat je niet door anderen beïnvloeden!
voorstellen
Ze stelt zich elke dag iets nieuws voor.
bekend zijn met
Ze is niet bekend met elektriciteit.
verwijzen
De leraar verwijst naar het voorbeeld op het bord.
hangen
Ze hangen beide aan een tak.
bidden
Hij bidt in stilte.
optrekken
De helikopter trekt de twee mannen omhoog.
verkopen
De handelaren verkopen veel goederen.
voelen
Hij voelt zich vaak alleen.
werken
Ze werkt beter dan een man.
missen
Hij mist zijn vriendin erg.