Woordenlijst
Pools – Werkwoorden oefenen
bevelen
Hij beveelt zijn hond.
betekenen
Wat betekent dit wapenschild op de vloer?
besparen
Je kunt geld besparen op verwarming.
durven
Ik durf niet in het water te springen.
dragen
De ezel draagt een zware last.
aan de beurt komen
Even wachten, je komt zo aan de beurt!
vervangen
De automonteur vervangt de banden.
genoeg zijn
Een salade is voor mij genoeg voor de lunch.
sturen
De goederen worden in een pakket naar mij gestuurd.
ondernemen
Ik heb veel reizen ondernomen.
serveren
De ober serveert het eten.