Woordenlijst
Litouws – Werkwoorden oefenen
openen
Het festival werd geopend met vuurwerk.
vergeven
Ze kan het hem nooit vergeven!
kijken
Ze kijkt door een gat.
opletten
Men moet opletten voor de verkeersborden.
verwijzen
De leraar verwijst naar het voorbeeld op het bord.
staan
De bergbeklimmer staat op de top.
vergeten
Ze is nu zijn naam vergeten.
luisteren
Hij luistert naar haar.
gebeuren
Hier is een ongeluk gebeurd.
arriveren
De taxi’s zijn bij de halte gearriveerd.
verrijken
Specerijen verrijken ons eten.