Woordenlijst
Hebreeuws – Werkwoorden oefenen
weglopen
Onze kat is weggelopen.
aanzetten
Zet de TV aan!
binnenkomen
De metro is net het station binnengekomen.
vertrekken
Het schip vertrekt uit de haven.
elkaar aankijken
Ze keken elkaar lang aan.
bedanken
Ik bedank je er heel erg voor!
terugrijden
De moeder rijdt met de dochter terug naar huis.
samenkomen
Het is fijn als twee mensen samenkomen.
belonen
Hij werd beloond met een medaille.
uitnodigen
Wij nodigen je uit voor ons oudejaarsfeest.
vernielen
De tornado vernielt veel huizen.