Woordenlijst
Hebreeuws – Werkwoorden oefenen
vernieuwen
De schilder wil de muurkleur vernieuwen.
schoonmaken
De werker maakt het raam schoon.
wakker worden
Hij is net wakker geworden.
moeten
Men zou veel water moeten drinken.
laten staan
Vandaag moeten velen hun auto’s laten staan.
aankomen
Hij kwam net op tijd aan.
verschijnen
Er verscheen plotseling een grote vis in het water.
sturen
De goederen worden in een pakket naar mij gestuurd.
uitgaan
De kinderen willen eindelijk naar buiten.
genoeg zijn
Een salade is voor mij genoeg voor de lunch.
gaan
Waar is het meer dat hier was heengegaan?