Woordenlijst
Grieks – Werkwoorden oefenen
opmerken
Wie iets weet, mag in de klas opmerken.
aannemen
De sollicitant werd aangenomen.
naar beneden kijken
Ze kijkt naar beneden het dal in.
uitsterven
Veel dieren zijn vandaag uitgestorven.
uitleggen
Opa legt de wereld uit aan zijn kleinzoon.
weglopen
Onze zoon wilde van huis weglopen.
opschrijven
Ze wil haar zakelijk idee opschrijven.
redden
De dokters konden zijn leven redden.
meerijden
Mag ik met je meerijden?
veroorzaken
Suiker veroorzaakt veel ziekten.
dichterbij komen
De slakken komen dichter bij elkaar.