Woordenlijst
Engels (US) – Werkwoorden oefenen
leiden
De meest ervaren wandelaar leidt altijd.
slapen
De baby slaapt.
openen
De kluis kan worden geopend met de geheime code.
trekken
Hij trekt de slee.
haten
De twee jongens haten elkaar.
volgen
Mijn hond volgt me als ik jog.
weerzien
Ze zien elkaar eindelijk weer.
uitoefenen
Ze oefent een ongewoon beroep uit.
creëren
Wie heeft de aarde gecreëerd?
verdwalen
Het is gemakkelijk om in het bos te verdwalen.
vertrekken
Onze vakantiegasten vertrokken gisteren.