Woordenlijst
Hebreeuws – Werkwoorden oefenen
stoppen
Ik wil nu stoppen met roken!
genereren
We genereren elektriciteit met wind en zonlicht.
uitgeven
Ze heeft al haar geld uitgegeven.
vertrekken
De trein vertrekt.
onderschrijven
We onderschrijven graag uw idee.
gooien
Hij gooit de bal in de mand.
naar beneden kijken
Ik kon vanuit het raam naar het strand beneden kijken.
toebehoren
Mijn vrouw behoort mij toe.
ondernemen
Ik heb veel reizen ondernomen.
raden
Je moet raden wie ik ben!
duwen
De auto stopte en moest geduwd worden.