Woordenlijst
Bosnisch – Werkwoorden oefenen
huilen
Het kind huilt in het bad.
verwijderen
De vakman heeft de oude tegels verwijderd.
laten staan
Vandaag moeten velen hun auto’s laten staan.
sorteren
Hij sorteert graag zijn postzegels.
wennen aan
Kinderen moeten wennen aan het tandenpoetsen.
imiteren
Het kind imiteert een vliegtuig.
eindigen
De route eindigt hier.
belasten
Bedrijven worden op verschillende manieren belast.
vertrekken
Het schip vertrekt uit de haven.
aan de beurt komen
Even wachten, je komt zo aan de beurt!
luisteren
Ze luistert en hoort een geluid.