Woordenlijst
Arabisch – Werkwoorden oefenen
opzoeken
Wat je niet weet, moet je opzoeken.
moeten
Men zou veel water moeten drinken.
zitten
Er zitten veel mensen in de kamer.
rijden
Kinderen rijden graag op fietsen of steps.
achterlaten
Ze liet een stuk pizza voor me achter.
doorzoeken
De inbreker doorzoekt het huis.
weggooien
Hij stapt op een weggegooide bananenschil.
aanzetten
Zet de TV aan!
rondspringen
Het kind springt vrolijk in het rond.
achtervolgen
De cowboy achtervolgt de paarden.
verkiezen
Veel kinderen verkiezen snoep boven gezonde dingen.