Woordenlijst
Indonesisch – Werkwoorden oefenen
verhuizen
Mijn neefje gaat verhuizen.
achterlaten
Ze hebben hun kind per ongeluk op het station achtergelaten.
antwoorden
Zij antwoordt altijd eerst.
corrigeren
De leraar corrigeert de essays van de studenten.
creëren
Wie heeft de aarde gecreëerd?
plukken
Ze plukte een appel.
verwijzen
De leraar verwijst naar het voorbeeld op het bord.
weten
De kinderen zijn erg nieuwsgierig en weten al veel.
langskomen
De artsen komen elke dag bij de patiënt langs.
bezorgen
De pizzabezorger bezorgt de pizza.
terugkeren
De vader is teruggekeerd uit de oorlog.